de aansluiting met het leven

Je studeert. Je werkt, je ontmoet het meisje van je dromen. Je trouwt. Woont samen. Er komen kindjes. Je werkt nog meer. Weekends passeren alsof je er vanuit het raampje van de TGV naar kijkt. Je plant. Je werkt nog meer. Je plant. Ineens zijn die kinderen het huis uit. Je praat over de tijd toen ze nog zo klein waren. Je verbaast je over het feit dat het allemaal zo snel is gegaan. Had ik maar wat meer tijd genomen. Je probeert de zaken over te doen met je kleinkinderen en je kinderen te vertellen dat ze wat meer van het leven moeten genieten. De ervaring herhaalt zich. Je studeert, je werkt, je ontmoet het meisje van je dromen. Die blijkt al kinderen te hebben. Je woont samen. Je droomt van trouwen en een eigen plek. Je zit op een avond samen in de zetel met een glas rode wijn en een kom chips. Zij moet naar toilet. Je staat mee recht om terwijl haar glas nog eens bij te vullen en op die moment dat je oog in oog met elkaar staat realiseer je de woorden die je zo vaak hoorde. Je zegt wij moeten iets afspreken. Je voelt wat je zeggen wil, dat je je leven niet aan je wil laten passeren en dat je dat voor haar ook niet wil. Dat je verder wil en niet ter plaatse wil trappelen. Dat het elke moment kan gedaan zijn en dat je niet met spijt wil achterblijven. Maar je krijgt er niet meer uit dan 'wij moeten iets afspreken, want het leven mag niet aan ons voorbij gaan'. Je schenkt de glazen nog eens vol, drukt op play en kijkt verder. Ze houdt je hand vast en zegt dat ze het leuk vindt. 'Wat' vraag je. 'Wij' zegt ze.

die vrijdag op het werk



Soms is het gewoon een leuke boel op't werk. Meestal op vrijdagnamiddag wanneer de riem er even afgaat. Ken je die momenten dat iedereen achter je komt staan en naar je scherm begint te staren. Ik laat u meegenieten. Prettig weekend.

Ons moeke

Het moet zo rond haar verjaardag geweest zijn. De laatste keer dat we met z'n allen rond de tafel zaten voor een onbezorgd feestje. De daarop volgende week werd het resultaat van de test bekend gemaakt. Er was een uitstrijkje genomen, de kweek nam 4-6 weken in beslag. 19 april zouden we weten wat de pijn in de blaas en het bloed in de urine veroorzaakte.
19 april. Telefoon, of we naar huis wilden komen. Het was erger dan gedacht. De dokters hadden ons voorbereid op een gezwel in de blaas. Dat zouden ze dan kunnen wegnemen indien nodig. Desnoods moest heel de blaas worden verwijderd, mocht het gezwel te groot of vergroeid zijn met de blaas. Ze zou dan een stoma krijgen. De stoma's van vandaag zijn die van vroeger niet meer werd verzekerd. Discreet en onzichtbaar. Je zou er niks van merken. We waren dus in zekere zin voorbereid. Het feit dat ze ons vroegen naar huis te komen en niet het nieuws via de telefoon mee te delen, deed me het laatste vermoeden. Ze zouden haar blaas moeten verwijderen dacht ik.
We kwamen bijna gelijktijdig thuis aan, ik en mijn zus. Beide zenuwachtig voor het nieuws. We waren voorbereid, maar dit hadden we niet verwacht. Ons moeke vroeg ons te gaan zitten. Ze begon voorzichtig haar verhaal. Het gezwel bleek kwaadaardig. Het was door de blaaswand gegroeid tot in de buikholte. Daar had het de vorm van een kleine bal aangenomen. Bovendien waren er uitzaaiingen vastgesteld. De lever was aangetast en er werden sporen gevonden het lymfeklierenstelsel. Later kwamen daar de hersenen en de longen bij. Het was kanker in zijn agressiefste vorm. Er wordt een schaal gebruikt om de ernst van kanker aan te duiden. Met een quotering van 1 tot 4. T-4 was het verdikt. Met zekerheid terminaal. Levensverwachting van 6 maanden tot een jaar. Het bleken er 3 te zijn. De uitzaaiingen in de hersenen werden door de professor als de ernstigste bedreiging gezien. Hij zou gelijk krijgen.
Mijn moeder begreep van de eerste moment de ernst van de situatie. Voor mij wordt die nu nog elk dag duidelijker. Ze is meteen met bestralingen gestart. Chemo werd afgeraden wegens te verwoestend in haar toestand. In plaats daarvan zouden ze gericht de uitzaaiingen bestralen. Telkens een wekelijkse dosis. 6 maal de blaas, 4 keer de hersenen en 1 maal de lever. Dat was het maximum aan straling dat haar lichaam hebben kon. Met de kwaadaardige cellen werden ook de goedaardige vernietigd, de week tussen de behandelingen moest telkens voor recuperatie zorgen. Het werden zware weken.
Mijn zus vervroegde haar trouwpartij. Wat gepland was voor augustus vond 31 mei plaats. Gelukkig maar zeiden we achteraf. Het was een prachtig feest. Het was mijn moeder zelf die er om vroeg. Zachtjes, zodat ze niet met de stress van 'wat als' zou zitten.
Om diezelfde reden organiseerden we voor haar een afscheidsfeest. Of beter gezegd organiseerde zij een afscheidsfeest, wij deden de logistiek. Toen is het idee ontstaan. Ik vroeg haar of het ze het leuk zou vinden als ik het feest zou vastleggen op dvd. Zo zou wie er behoefte aan had het nog na kunnen kijken. Toen ik samen zat met een vriend om de opname te bespreken, vroeg hij waarom ik niet het hele verhaal vastlegde. Ik had er al aan gedacht, maar nog niet durven voorstellen. Ik vroeg het haar voorzichtig 'Moeke, zou je het ok vinden als ik jouw verhaal op beeld vastleg?'. Ze glimlachte en gaf me een zoen. 'Dat zou ik een eer vinden jongen', zei ze me. We bezegelde onze deal met een dikke knuffel.
Met die zelfde dikke knuffel namen we een maand later afscheid. Dit maal voor goed. Zaterdag 21 juni 2008 overleed ze in ons bijzijn aan de gevolgen van het secundair gezwel in haar hersenen.
Haar verhaal, haar boodschap, haar weg ligt vast op beeld. Klaar om met iedereen te delen. Dat is wat overblijft. Het verhaal. Gemaakt om te delen en verder te vertellen. Ik hoop het u spoedig te kunnen tonen.

Woorden


Woorden. Op een scherm vind ik ze zeer moeilijk te interpreteren. Ik zit me dikwijls af te vragen wat er nu precies bedoeld wordt. Vaak hangt de interpretatie samen met hoe ik me op dat moment voel. Wat dan samenhangt met een al dan niet persoonlijke interpretatie. Nu is het niks nieuws mijn bedenking, dat weet ik. Het valt enkel op. Ik ben de afgelopen week weinig online geweest. 2 verlengde weekends die we optimaal hebben benut. Daar tussen een week opleiding van 's ochtends tot 's avonds. Mijn online activiteit was beperkt tot emails lezen en beantwoorden, de VPN opengooien en wat voorbereid werk doorsluizen. Voor de rest zo bewust mogelijk mijzelf proberen te zijn en dat beviel me wel.

Energie

Ik hoorde onlangs de theorie dat onze gedachten energie zijn. Je hoort het vaak.
'Steekt daar uwe energie niet in'. Het zit in onze taal ingebakken, maar hoe vaak zijn we ons bewust van dat woord. Energie. "Hoezo mijn energie er niet insteken, wat bedoel je daarmee?" , was mijn reflex. "Dat je wanneer je ergens aan denkt, of op focust je daar je energie aan geeft", kreeg ik als antwoord. Het leek me wel wat. Ik heb de uitdaging dus aangegaan. Ik probeer me bewust te zijn van waar ik mijn energie in steek. --Ik zit in de auto, snijdt er mij een of andere klojo de weg af. Normaal ben ik geneigd om me daar enigszins druk in te maken, de man te vervloeken en hem onaardige woorden te wensen.-- No more. De situatie is mijn energie niet waard, oefen ik. De onaardige gedachten verdwijnen. Mission accomplished.
Komen er weer eens gedachten in mijn hoofd aanwaaien die me niet verder helpen, noch ondersteunen, zelfde oefening. Toegegeven, ik heb te veel gedachten op een dag om ze allemaal bewust waar te nemen. Maar van diegene die ik waarneem voelt het fijn aan. Het lukt me beter mijn aandacht bij mezelf te houden, mijn focus te leggen en mijn energie op peil te houden. En ik moet zeggen dat ik er van hou.

ZIen

Vroeger zagen we mekaar. We spraken ergens af en we daagden op. Het contact stond bijna altijd centraal. Vandaag worden berichten op netwerksites verstuurd en wordt er quasi vanuit gegaan dat je ze leest. Alsof het persoonlijk tegen je verteld is. Het werkt voor mij niet meer. Ik merk dat ik de berichten minder en minder lees, ze te laat lees of volledig achterhaalde info tot mij krijg.
Iemand zien in levende lijve werkt voor mij nog steeds het beste. Ik voel graag hoe het met iemand is. En nee, mijn lichaam hoeft daarvoor geen ander lichaam aan te raken. Ik voel het zo ook wel. Of het zit in de intonatie waarmee iemand iets zegt, de geladenheid van zijn/haar woorden. Telefonisch lukt dat net nog. Een stem verraad veel. Niet alles. De mimiek en fysieke houding geven meestal nog meer weg dan de intonatie, hoewel de energie van woorden en het specifiek woordgebruik niet te onderschatten is. Nee. Le vraiment. Geef me dat maar. Iemand zien, ermee aan tafel zitten, contact maken, samen komen, samen sporten. Dat gaat boven alles. Wij mensen zijn niet gemaakt om ergens van op afstand interactief met elkaar te wezen. Wij willen kunnen voelen, kunnen ervaren. De virtuele wereld is prachtig, daar twijfel ik niet aan. De mogelijkheden die het ons biedt zijn ronduit wonderlijk te noemen. Het valt op dat door de interactiviteit ik toch steeds op zoek ga naar dat 'in real live' contact. Dat ik het virtuele meestal gebruik waar voor het bedoeld is, namelijk van op afstand communiceren.